Caro hier nog op de grond, binnenkort weer in de lucht.


IMAG1619.jpg


Vliegen


 


Soms droom ik dat ik kan vliegen. Dat ik zomaar opstijg terwijl ik op straat loop en als ik een zwemslag maak vlieg ik vooruit en zie ik de wereld vanuit een ander perspectief. Dan zweef ik op mijn buik trappen af en bijna moeiteloos stijg ik op om boven een groepje mensen te blijven hangen.


Sinds kort is mijn droom werkelijkheid aan het worden en ben ik bezig om mijn vliegbrevet te behalen voor paramotorvliegen. Na de eerste proefvlucht was ik verkocht. Terwijl ik een informatief praatje stond te maken vroeg Ivo ineens of ik een keer mee wilde vliegen. Nee zeggen kon niet meer en voor ik het wist werd ik in een harnas gehesen en zat ik samen met Ivo gezekerd aan een trike, een motor en een scherm. Meer was er niet voor nodig om de lucht in te gaan.


Omdat ik hoogtevrees heb had ik geen idee wat dit met me ging doen. Vastgegespt in mijn harnas had ik nergens last van ondanks dat ik niets voor me had. Na de laatste check en goede verzorging van Jeannette: overall, bril, handschoenen, en vooral de geruststellende woorden dat ik er vooral van moest genieten, stonden we startklaar. Iedereen deed een stapje achteruit en al gasgevend hobbelden we over het weiland om op te stijgen.


Het ging helemaal niet zo snel als ik verwacht had en van de ene op de andere seconde veranderde mijn hele wereld in een ander perspectief. We vlogen! De koude maartse avondlucht in mijn neus, boven de bomen een mist met daarachter de ondergaande zon. Een brok in mijn keel. Een compleet nieuwe ervaring in mijn leven. Een gevoel van rust overviel me en onder me zag ik de strakke weilanden, het kanaal en zelfs een groepje reeën. Autootjes reden in kaarsrechte lijn naar hun bestemming en boerderijen lagen her en der verspreid in het landschap. Zo hoog in de lucht, neerkijkend op de aarde als een vogel vroeg ik me ineens af waarom we ons toch druk maken om futiliteiten.


Je begrijpt dat er na de landing geen weg meer terug was. Dit wilde ik ook! Ik ben direct begonnen met de opleiding.


Een paar maanden later en een heleboel grondoefeningen verder sta ik op een mooie windstille zomeravond op een veld in Rossum.


Wachtend op mijn beurt hoor ik Ivo zeggen: ‘Caro, jij bent hierna aan de beurt’ en quasi nonchalant daar achteraan: ‘en trek maar een warm jasje aan’. Toen wist ik het: ‘Ik mag de lucht in!’


En dan sta ik startklaar met het gevoel dat alle stoplichten op rood staan maar ik tóch door moet. Het kan niet maar ik moet. Alles gaat door mijn hoofd: scherm naar rechts, sturen naar rechts, links iets aantrekken. Voeten goed op de steuntjes houden zodat ze er niet van af schieten. Gas doseren. En vooral in de gaten houden: de stopknop.


‘Toe maar, zet ‘m maar op’ hoor ik in mijn koptelefoon. Met 200% concentratie start ik, een beetje gas erbij en voor ik het weet zie ik de hele aarde ineens vanuit een ander gezichtspunt. Ik vlieg! Verbazend over het feit dat er helemaal niet zoveel voor nodig is om de lucht in te komen maar vooral dat ik hier alleen in mijn stoeltje zit. Niemand kan me wat maken!


De duidelijke en rustige instructies van Ivo stellen me gerust. Hij staat naast me en toch ook weer niet.


Na de landing komt iedereen op me af om me te feliciteren. Ik hoef niets uit te leggen want iedereen die hier staat begrijpt wat voor gevoel het is. Dat zie ik aan de grijnzende gezichten.


Er zullen nog heel wat oefeningen volgen en ik zal nog heel wat meer ervaring moeten krijgen maar het begin is er! Het ziet er makkelijk uit maar vliegen doe je niet zomaar.


 


 


                                                                                                          Caro Woudstra


                                                                                                          Haaksbergen, 16 juli 2014